WOORD VOORAF

De karavaan trekt verder

Al decennia doe ik onderzoek naar de machtigen en rijken. In dit boek wil ik al die vergaarde kennis en inzichten weleens bijeenbrengen. Bovendien wilde ik na gaan of er bepaalde patronen en principes achter de totstandkoming en het doorgeven van (super)rijkdom zitten. Is het bereiken van die status van superrijke alleen stom toeval (wat zeker een rol speelt), of zijn er toch ook andere krachten werkzaam, van maatschap­pe­lijke dan wel persoonlijke aard? Om deze op te sporen, moest ik niet alleen naar de recente geschiedenis kijken maar ook wat dieper in het verleden duiken. Zouden dan langetermijnverklaringen opduiken en mechanismen die dwars door de eeuwen heen min of meer hetzelfde blijven? 

Het antwoord is: ja. In het afgelopen millennium – het tijdsbestek van dit boek – zijn de omgeving waarin rijkdom tot stand kwam en de middelen waarmee dit gebeurde aan voortdurende verandering onderhevig geweest. Uiteraardverschenen steeds weer nieuwemensen op het toneel. Maar de mechanismen waarmee (super)rijkdom tot stand komt, wordt doorgegeven en verloren gaat, zijn niet zo veel veranderd. Zoals het spreekwoord zegt: ‘de honden blaffen maar de karavaan trekt verder’.Het gemengde kerkelijk-wereldlijk bestuur van de feodale tijd maakte plaats voor een wereldlijk bestuur van adel en stedelijke handelsmagnaten, en uiteindelijk voor natiestaten met volksvertegenwoordigingen. In al die systemen vormde het uitbesteden van publieke taken een lucratieve bron van inkomsten en rijkdom, en dat doet het nog steeds. Rijkdom wordt al vele eeuwen lang vooral gegenereerd in metropolen – met in Europa vanaf de veertiende eeuw dus ook de Nederlanden. Hij was altijd verbonden met con­trole over de media: eerst via de preekstoel, toen via de drukpers, toen via radio, film en tv, en nu via Internet. En hij was steeds weer gelieerd aan dominante ideologieën, eerst vooral in kerkelijk-religieuze sfeer, toen van kolonialistische-racistische aard, toen met een economisch-politiek karakter (socialisme versus liberalisme), en tegen­woordig meer nationalistisch getint. 

Deze nadruk op de constanten heeft geleid tot twee belangrijke keuzes. In de eerste plaats is de structuur van dit boek opgebouwd rond die terugkerende mechanismen en patronen, dus niet chronologisch maar thematisch. Het begint met de invloed van geografische en demografische aspecten op het ontstaan van rijkdom. Deze keuze heb ik ontleend aan de prioriteiten van de Amerikaanse auteur Ian Morris. Daarna volgen hoofdstukken over economische, sociologische en psychologische factoren. In de tweede plaats leg ik ook in de omschrijving van activiteiten en functies nadruk op de historische overeenkomsten, dwars door de eeuwen heen. Zo omschrijf ik Willem ‘Snikkerieme’ van Duvenvoirde, die in de veertiende eeuw in de turfwinning actief was, als een ‘energiehandelaar’, en vergelijk ik zijn rol als schatkistbeheerder van graaf Willem III met die van een minister van financiën. 

Een boek over de geschiedenis der superrijken in Ne­derland wordt a) meteen een boek over de superrijken in de Lage Landen, dus inclusief het huidige België, waarmee Nederland tot 1830 nauw verbonden was, en b) een boek over de geopolitieke en economische ontwikkelingen in Europa. Nederland is geen eiland en is dat ook nooit geweest. 

Het boek beschrijft de allerrijksten, zeg maar de ‘miljardairs’ van het afgelopen millennium, te beginnen in (ongeveer) de elfde eeuw. Hoe groot hun vermogens precies waren en zijn, blijft tot op zekere hoogte gis­werk. De geleerden hanteren verschillende rekenmethoden, met sterk uiteenlopende uitgangspunten. Er zijn verschillende goede bronnen, die achter in het boek worden vermeld, maar vermoedelijk is nog altijd een aantal superrijken, vooral zakenlieden, onder mijn radar gebleven.

Aanvankelijk was ik ook van plan zo’n negentig korte geschreven portretten van families en personen in dit boek op te nemen. Toen de concepten klaar waren, bleek echter dat dit zou leiden tot een veel te omvangrijk boek. Hoewel ik het definitieve aantal heb gehalveerd, meen ik dat ze samen toch een goede doorsnede vormen van de superrijken door de eeuwen heen. Daarbij komen niet alleen de bekendste aan bod. Bij de selectie van de portretten heb ik niet gestreefd naar volledigheid of actualiteit. Zij dienen vooral ter onderbouwing van de inhoudelijke thema’s van dit boek. De overige portretten zijn niet ver­loren gegaan maar in sterke verkorte vorm in de hoofdstukteksten zelf aangehaald.

Mijn onderzoek was niet zozeer gericht op nieuwe feiten als wel op het ontwikkelen van nieuwe inzichten. Nieuw primair bronnenonderzoek was dan ook zelden nodig, ik kon mij baseren op een – uiteraard hoogwaardige selectie – van secundaire bronnen. Het bleek trouwens nog een hele toer die selectie te maken. De meeste geschiedenisboeken zijn gericht op politieke macht en politieke gebeurtenissen. De economie – en daarmee ook zeker de totstandkoming van rijkdom – is in nog altijd een ondergeschoven kind. Het kostte me bijvoorbeeld ruim een jaar om uit allerlei bronnen bijeen te zoeken wie de rijksten uit de Lage Landen door de eeuwen heen eigenlijk zijn geweest. Een overzicht daarvan bestond niet.

Omdat Nederlandse en Belgische geschiedenisboeken een tamelijk nationalistisch beeld schetsten, heb ik ook Engelse, Franse en Duitse studies geraadpleegd. Dat is een relativerende ervaring. In buitenlandse geschiedschrijving spelen de Nederlanden doorgaans maar een kleine rol, en dan vooral in coalitie met een grootmacht.

Veel van mijn bevindingen waren ook voor mijzelf verrassend. Het ene na het andere beeld waarmee ik van start ging, moest sneuvelen. Zo blijkt maar weer eens hoe belangrijk het is om informatie te ordenen, te analyseren en systematisch op papier te zetten.

Dank

Mijn bijzondere dank gaat uit naar Marcel Metze, die de stilistische afwerking van dit boek uitstekend heeft verzorgd, en ook veel inhoudelijke bijdragen heeft geleverd, en naar Jaap Dronkers, met wie ik voor zijn plotselinge dood verschillende keren heb kunnen sparren.

Graag wil ik ook de researchassistenten bedanken: Sara Kaserer, Tim Michiels, Jurgen Stoffer, Sjir Worms en Jelle Zondag.

Uden, juni 2018 

Jos van Hezewijk

Op elite-research.org wordt u op de hoogte gehouden van nieuwe ontwikkelingen betreffende dit boek.

%d bloggers liken dit: